Staren naar anatomie
“Nee, zo werkt het dus niet”, stelde ik. “Wat niet?”, zegt ze. “Tijd niet.”
“Je kan tijd op verschillende manieren kwantificeren”, begin ik uit te leggen. “Sommige mensen denken dat tijd een absolute dimensie is, zoals bijvoorbeeld afstand. Die mensen vinden dat tijd gebeurtenissen dan ook absoluut ordent. Anderen vinden dat tijd gevormd wordt door het menselijk intellect die gebeurtenissen probeert te ordenen.”
“Maar wat bedoel je dan met houdbare esthetiek?” vraagt ze. “Gezien vanuit het gezichtspunt van de mensheid is het irrelevant of er een werkelijkheid is en hoe deze precies in elkaar steekt,” ga ik ongestoord verder. “We kunnen uiteindelijk alleen met zekerheid zeggen hoe we het zelf ervaren. Het lijkt erop dat de mensheid erin geslaagd is een redelijk gevoel te krijgen voor hoeveel tijd gebeurtenissen innemen. Afwassen kost een half uur en dat is op zijn beurt 1/48 van een zonnecyclus. Sommige attributen van een gebeurtenis kunnen ervoor zorgen dat deze langer lijkt te duren.”
“En wat heeft dat met mijn kont te maken?” wil ze weten. “Mensen hebben een bepaalde tijd nodig om een object te bekijken. Deze tijd wordt langer als er veel details zijn, zoals bijvoorbeeld bij een groot wandkleed. Maar ook als een detail veel moeite kost om te ontcijferen, zoals bijvoorbeeld bij paarlemoer”, besluit ik het verhaal. “God, ik dacht dat je zei dat we alleen iets gingen drinken”, zucht ze.
Het postertje
Twee weken geleden
Twee weken geleden liep ik op zaterdag langs dat gekke huisje net achter de dijk. Ze verkopen er foto’s maar volgens het bordje is het een drukker, dus de foto’s zullen wel van studenten zijn die op het laatste moment niet genoeg geld hadden om hun drukwerk te betalen.
Ik was eigenlijk op zoek naar een cadeau voor zus maar ik besloot er toch even binnen te kijken. Alles daar was ingelijst dus het zag er in ieder geval geordend uit. Op de achterwand hingen vier afdrukken op half posterformaat. “Hoeveel zijn deze?” vroeg ik aan de verkoopster. “Die grote zijn €20,- per stuk. Zonder lijst.” Ik bleef even voor de aangeboden exemplaren staan om niet de indruk te wekken dat het me totaal niet interesseerde. Net iets te lang blijkbaar, want ze had besloten om naast me komen te staan.
“Ben je naar iets speciaals op zoek?” vroeg ze. Ik kreeg nu niet direct de indruk dat het uitspreken van mijn voorkeuren iets ging uitmaken bij het maken van een keuze uit de vier objecten, maar het was zaterdag. In mijn hoofd borrelde iets van de middelbare school omhoog en ik zei, “ik hou wel van Magisch Surrealisme.” “Oh, dan heb ik misschien wel iets voor je!” kirde ze vrolijk. De vier bruiloft foto’s leken inderdaad niet echt in die categorie te vallen, dus ik kon niet anders dan instemmen dat dit niet aan mijn voorkeur voldeed. Zus is ook niet echt het type om foto’s van een bruiloft in haar woonkamer te hangen.
Op een behangtafel in het midden van het kleine zaakje lag een postertje van hetzelfde formaat als de anderen met daarop een foto van een meisje met een witte jurk en een kleine wit parasolletje. Ze stond met een bloemenmandje in een bloemenveld en ik kon mezelf niet onttrekken aan het idee dat het misschien wel een bruidsmeisje was. De randjes van sommige bloemen waren goudkleurig. “Dat is een speciale druktechniek”, zei ze. Ze had alvast aangenomen dat ik de metallic lak aan het bewonderen was. “Daardoor is ‘ie wel vijf euro duurder hoor.” “Fantastisch, ik neem ‘m!” nepte ik. “Ok, ik pak even een viltpapiertje zodat hij niet beschadigd, ok?” “Dat lijkt me een uitstekend plan”, beaamde ik. Even schoot het door mijn hoofd dat ik nu best kon weglopen van deze situatie.
Eén week geleden
Vorige week stond ik in het park te kijken hoe twee kinderen van een jaar of elf een plastic zak met tennisballen methodisch met een racket de vijver in aan het slaan waren. Twee honden lagen zeiknat aan hun voeten uit te hijgen en de vijver had inmiddels een stuk of twintig ballen verzameld. Ik was er eigenlijk voor het jazztrio, maar de kinderen waren interessanter. Toen ook deze me begonnen vervelen liep ik het park uit en vond mezelf weer op de dijk. Ik had het postertje van vorige week nog steeds in mijn tas en besloot nogmaals langs te gaan om te zien of er nog meer ervaringen op te doen waren.
Ze had zowaar nog een andere klant. Het was een meisje van een jaar of 24 met rood krullend haar, dat netjes opgestoken was. Voor zover dat gaat met krullend haar. Door haar zomerjurkje, zwarte open lakschoentjes en fototoesteltas kon ik niets anders dan concluderen dat ze één van de wanbetalers was.
“…dus dan kan ik ook niet anders dan ze verkopen.” Had je het collegegeld maar niet aan Prosecco moeten uitgeven dacht ik er nog bij. “Alsof je het over de duivel hebt”, blaatte de verkoopster opeens uit. Het meisje draaide om en keek naar mijn tas, die zoals wel vaker gedeeltelijk open stond. “Nee, dat is helemaal fout!” riep ze op haar beurt en kwam prompt op me afzetten. Ze griste het postertje uit mijn tas en ontdeed het van het elastiekje dat het opgerold hield. “Je hebt het viltpapier aan de achterkant van de poster zitten in plaats van de voorkant!” legde ze uit. Ik besloot geen weerstand te bieden omdat ik wel benieuwd was hoe dit zich zou ontwikkelen.
Zorgzaam rolde ze het uit op de behangtafel. Blijkbaar vielen de deuken die het papier inmiddels opgelopen had haar niet op, of ze wilde er niets over zeggen. Ze nam rustig de tijd om het postertje te bekijken waarna ze het viltpapier van de ene zijde van het drukwerk naar het andere bracht. Een olieachtige substantie uit de metallic lak was inmiddels door het papier heen gedrukt en in het viltpapier getrokken. Ze rolde het weer op, deed het elastiekje om het papier en gaf het terug.
“Je beseft je vast niet hoe belangrijk het is om het juiste papier te kiezen voor drukwerk”, zei het meisje tegen me. “Vroeger werd papier ook wel van doek of kalfshuid gemaakt”, pareerde ik. Dat kon ze niet ontkennen. “Ik moet weer verder”, riep ze daarna vrolijk tegen de verkoopster. “Maandag ochtend, kwart of negen in A-015”, riep de verkoopster haar nog na. “Je bent haar docent?” vroeg ik aan de verkoopster. “Ja, ik geef portretteren op de Academie”, was het antwoord. “Erg leuk meisje”, zei ik, refererend aan haar fysieke verschijning. “Ja, erg getalenteerd”, stemde de verkoopster in. “Qua uiterlijk”, voegde ik eraan toe.
Nu
“Dus kan ik het wel of niet als trechter gebruiken?” vraagt Eddie terwijl we bij de motorkap naar het postertje staren. Hij heeft inmiddels met zijn viezen handen een aantal onuitwisbare vlekken op het papier gemaakt. “Nee, nu heeft het dus emotionele waarde.”