Deel 10 - Drijven
Vandaag gaan we van het Noordereiland naar het Zuidereiland drijven. In een boot, en de auto gaat ook mee. Aangezien ze in Wellington een parkeerbeleid hebben moeten we de auto van zijn tijdelijke goedkope parkeerplaats terughalen naar het hostel en daar weer opnieuw betalen. Aangezien om 7:30 mijn pillenwekker afging en ik daarna te sacherijnig was om nog verder te slapen is die eer aan mij.
Als we alles weer de auto in geladen hebben spreken we af met Gur in een koffietent die “Mignight Espresso” heet. Het is een soort Vrankrijk koffieplek met best goede koffie. We zien daar en passant nog een stuk van de stad die we nog niet gezien hadden. Een stuk leuker dan het centrum eigenlijk.
Mensen in “grote steden” in Nieuw Zeeland kunnen echt geen auto rijden, zelfs de Politie niet.
Op aanraden van Gur rijden we een rondje langs de baai en terug door de stad naar de veerboot. We zijn hier natuurlijk weer een uur te vroeg. We checken in en krijgen rare plastic plakjes. Een soort van incheckbewijspeddels. Om het uur te doden lopen we naar het treinstation, op zoek naar koffie en vermaak. De dag ervoor hebben we geleerd dat treinen eigenlijk nauwelijks gebruikt worden in Nieuw Zeeland, iets met privatisering en winst. Voor een toeristische attractie rijden er nog best veel treinen, dus dat zal ook allemaal wel meevallen.
Na een paar pagina’s New Scientist kunnen we de veerboot op. Het interieur lijkt op een goedkope pokertent met een glazen bioscoop in het midden. Op het bovendek kan je naar gekooide schapen en de zee kijken. Martijn en Arjan praten een tijdje met een meisje uit de Verenigde Staten. Na de rest van de New Scientist of ongeveer vier aard-uren kunnen we vanaf het bovendek de heuvels van het Zuidereiland zien. Door een soort van baai varen we Picton binnen.

In Picton is volgens ons niets dus we slingeren de bergen in en rijden verder over Staatshoofdweg Nummer 1 naar het zuidenQueen Charlotte Drive naar het westen. Na een tijdje komen we bij nog meer niets: Havelock, een stadje met ongeveer 20 inwoners. En dan wordt het spannend. In overdrachtelijke zin dan.
De benzinepomp in Havelock is gesloten en we kunnen best benzine gebruiken. Na kort beraad besluiten we dat het al te laat is om nog verder te gaan dus we rijden 100 meter terug naar het Havelock Garden Motel. Het benzineprobleem zal tot morgen moeten wachten.
Door een smalle oprit rijden we een soort nagemaakt stukje Brits platteland binnen. Een Britse mevrouw staat ons te woord en we krijgen een sleutel voor een erg pittoresk motelletje. Er staan een stuk of vijf gebouwen verspreid langs een grote tuin met bomen en gras. Naast de receptie is een klein vijvertje waar een eend naast staat te schreeuwen. Volgens de folder zouden er twee eenden moeten zijn, maar ik durf niet te vragen wat er met de andere gebeurd is.

De Britse mevrouw vertelt dat de na het kelderen van de benzineprijzen in Nieuw Zeeland (echt alles is omgekeerd) veel benzinepompen failliet zijn gegaan. De eigenaar van deze specifieke pomp had ook nog ‘nasty’ dingen gedaan. De details werden ons helaas onthouden maar de pomp en nog enkele andere gebouwen werden verkocht door de overheid.
We eten in het restaurant vlak naast het motel. Het meisje probeert ons mosselen aan te smeren, want dat blijkt de locale delicatesse te zijn. We geven niet toe.
Na het eten lopen we een kort rondje door het dorp maar er is echt helemaal niets te doen. Terug in ons tijdelijke huisje kijken we een stomme film. Eentje die niet leuk is maar wel met geluid.